Verschillende LED autolampen en autolamp fittingen

Welke LED autolamp fitting heb je? T10, BA15S, BAY15D, BA9S en andere fittingen herkennen

Bij het vervangen van een autolamp is de fitting belangrijker dan de algemene omschrijving van de lamp. Een richtingaanwijzer, remlicht of interieurlicht kan per voertuig een andere lampvoet gebruiken. Twee lampen kunnen er aan de bovenzijde bijna hetzelfde uitzien, terwijl de aansluiting niet past.

Kort antwoord: haal de bestaande lamp uit de fitting en kijk naar de voet. Controleer of het een steekfitting, bajonetfitting, festoonlamp of draaifitting is. Tel de contacten, vergelijk de positie van borgpennen en noteer de code op de oude lamp. Controleer daarna voltage, afmetingen, kleur en eventuele CANBUS-functie.

Waarom alleen zoeken op automodel niet altijd genoeg is

Binnen één automodel kunnen verschillende bouwjaren, uitvoeringen en lampunits zijn gebruikt. Ook kan een vorige eigenaar een complete unit hebben vervangen. Een voertuigzoeker of handleiding is een goed begin, maar de oude fitting blijft de beste fysieke controle.

Kijk niet alleen naar de functie. De aanduiding “richtingaanwijzer” zegt bijvoorbeeld niet automatisch of je BA15S, BAU15S of een steeklamp nodig hebt.

T10 / W5W herkennen

T10 is een veelgebruikte steekfitting zonder metalen bajonetvoet. De platte glazen of kunststof voet wordt rechtstreeks in de houder gedrukt. Aan beide zijkanten loopt een contactdraad. T10 wordt ook vaak aangeduid als W5W.

Deze fitting komt veel voor bij stadslicht, kentekenverlichting, interieurverlichting en dashboardtoepassingen. LED-uitvoeringen kunnen polariteitsgevoelig zijn. Brandt de lamp niet, schakel dan de spanning uit en plaats hem 180 graden gedraaid.

BA15S / P21W herkennen

BA15S heeft een metalen bajonetvoet van ongeveer 15 millimeter, twee borgpennen op gelijke hoogte en één elektrisch contact aan de onderzijde. De letter S verwijst naar een enkel bodemcontact.

Deze fitting wordt veel gebruikt voor functies met één lichtsterkte, zoals een achteruitrijlicht, mistlicht of richtingaanwijzer, afhankelijk van het voertuig en de lampkleur.

BAY15D / P21/5W herkennen

BAY15D heeft twee contacten aan de onderzijde en twee borgpennen die niet op dezelfde hoogte zitten. Daardoor kan de lamp maar op één manier in de houder worden geplaatst. De twee contacten maken twee afzonderlijke lichtfuncties mogelijk, bijvoorbeeld achterlicht en remlicht.

Controleer bij een LED-vervanger dat beide functies aanwezig zijn en dat de lamp bij de juiste spanning werkt.

BAU15S / PY21W herkennen

BAU15S heeft één bodemcontact, maar de borgpennen staan niet recht tegenover elkaar. De asymmetrische positie voorkomt dat de lamp in een gewone BA15S-houder wordt geplaatst. Deze fitting wordt vaak gebruikt voor richtingaanwijzers.

Een BA15S en BAU15S kunnen qua diameter sterk op elkaar lijken, maar zijn niet onderling uitwisselbaar. Vergelijk daarom altijd de stand van de borgpennen.

BA9S herkennen

BA9S is een kleinere bajonetfitting met één contact aan de onderzijde. De fitting komt onder andere voor bij interieur-, stads- en instrumentverlichting. Meet naast de voet ook de totale lengte en diameter van de LED-lamp, omdat de ruimte in kleine armaturen beperkt kan zijn.

C5W of festoonlamp herkennen

Een C5W, ook wel festoon- of buislamp genoemd, heeft aan beide uiteinden een metalen contact. De lamp wordt tussen twee veercontacten geklemd. Deze uitvoering wordt veel gebruikt bij interieur- en kentekenverlichting.

Festoonlampen bestaan in verschillende lengtes. Meet de oude lamp van uiteinde tot uiteinde; een verschil van enkele millimeters kan al bepalen of hij goed wordt vastgeklemd.

T5, B8.4D en B8.5D voor dashboardverlichting

T5 is een kleine steeklamp die vaak in een losse of herbruikbare houder wordt geplaatst. B8.4D en B8.5D zijn draaifittingen waarbij lamp en houder meestal als één onderdeel worden geplaatst. Ze worden veel gebruikt achter instrumenten, schakelaars en bedieningspanelen.

Controleer diameter, hoogte en positie van de contactvlakken. Dashboardhouders die vrijwel identiek lijken, kunnen toch anders vergrendelen.

12V of 24V controleren

De fitting bepaalt de mechanische aansluiting, niet automatisch het voltage. T10, BA15S en andere lampvoeten bestaan bijvoorbeeld voor zowel 12V- als 24V-systemen. Kies het voltage dat bij het voertuig hoort.

Een 12V-lamp op een 24V-systeem kan defect raken. Een 24V-lamp op 12V zal doorgaans niet correct functioneren. Controleer daarom altijd zowel fitting als elektrische specificatie.

Wat betekent CANBUS bij een LED autolamp?

LED gebruikt minder stroom dan een traditionele gloeilamp. Sommige voertuigen interpreteren dat lagere verbruik als een defecte lamp en tonen een melding of laten een richtingaanwijzer sneller knipperen. Een CANBUS-uitvoering is ontworpen om de kans op zulke meldingen te verkleinen.

CANBUS betekent niet dat iedere lamp in ieder voertuig gegarandeerd storingsvrij werkt. De controlesystemen verschillen per merk en model. Kijk daarom naar de productspecificatie en de ervaring met het betreffende voertuig.

Let ook op lichtverdeling en formaat

Een halogeen- of gloeilamp straalt rondom uit. Een LED-lamp kan de LED's vooral aan de bovenkant, zijkant of beide hebben. Dat beïnvloedt hoe reflector en lens worden verlicht. Kies een uitvoering die bij de lampunit past.

Controleer bovendien:

  • totale lengte en diameter;
  • aantal en positie van de LED's;
  • lichtkleur en gewenste functie;
  • enkel of dubbel contact;
  • positie van borgpennen;
  • 12V of 24V;
  • eventuele polariteitsgevoeligheid.

Stappenplan om de fitting te bepalen

  1. Schakel de verlichting uit en verwijder de oude lamp.
  2. Lees de code op lamp of fitting.
  3. Bepaal steek-, bajonet-, festoon- of draaifitting.
  4. Tel de bodemcontacten.
  5. Vergelijk positie en hoogte van borgpennen.
  6. Meet lamp en fitting.
  7. Controleer voltage, kleur, lichtverdeling en CANBUS.

Bekijk de T10 LED autolampen, BA15S-lampen, BAY15D-lampen en overige autoverlichtingfittingen en weerstanden van ABC-LED.

Conclusie

De juiste autolamp vind je door mechanische en elektrische kenmerken samen te controleren. Kijk naar vorm, contacten en borgpennen en controleer daarna voltage, afmetingen en lichtverdeling. Zo voorkom je dat een lamp wel dezelfde functie heeft, maar niet in de houder past.